Chasa Mengelberg: de 'dochter' van Mengelberg

De Chasa Mengelberg, een afgelegen vakantiechalet in het gehucht Zuort in het
Zwitserse Unterengadin nabij Vna en Sent (zie
hier), werd door Willem Mengelberg gebouwd in 1911 en 1912. Wie er geweest
is, is onder de indruk van die prestatie want alleen een zeer smal weggetje van
enige kilometers leidt vanuit het dal naar deze schitterende plek.
De Chasa speelde een belangrijke rol in Mengelbergs leven. Hij ontving er vele
(muzikale) beroemdheden en kwam er altijd helemaal tot rust. Na de Tweede
Wereldoorlog werd het zijn ballingsoord omdat hij van de Nederlandse overheid
geen paspoort kreeg om Zwitserland te verlaten. Mengelberg overleed hier op 22
maart 1951. Een week later zou hij weer terug naar Nederland gemogen hebben om
weer te dirigeren ...
Nieuwe eigenaar Chasa
Tussen toen en nu is de Chasa beheerd door een Zwitserse stichting. Al vele
jaren maakte men zich zorgen om het voortbestaan van de Chasa omdat de middelen
als lentesneeuw langzaam wegsijpelden. In 2009 zag de Stiftung zich gedwongen de
Chasa te verkopen. In februari 2010 kon met blijdschap worden gemeld dat de
nieuwe eigenaar van de Chasa dr. Peter Robert Berry uit St. Moritz is.
Die blijdschap komt voort uit het voornemen van dr. Berry de Chasa in zijn
huidige toestand te conserveren en de ‘Wirtschaft’ en het verblijf in Zuort weer
volop te stimuleren. Ook heeft de nieuwe eigenaar aangegeven nauwe contacten te
willen onderhouden met de Stiftung, mede om culturele evenementen te
organiseren. Het verheugt de Willem Mengelberg Vereniging dat de nieuwe eigenaar
voornemens is op deze wijze met de nalatenschap van Mengelberg om te gaan.

Dr. Peter Berry met een 'Deutsches Kaltblut' van boer Fadri Riatsch uit Vna

Dr. Berry aan tafel van de Stube van de Hoff met zijn nieuwe 'buurman' Chasper Mischol uit Griosch
* * *
Foto's van de Chasa
In dit
Picasa-album is een uitgebreide fotoreportage te zien die Pieter J. Bogaers
maakte in de zomer van 2007.
Artikel over Chasa
De Chasa werd nagelaten 'fur Musiker aller Welt', maar
ook anderen kwamen er zoals de journalist Kasper Jansen van
NRC-Handelsblad. In 1998 schreef hij een interessant artikel dat de sfeer
van de Chasa goed vangt.
Hier is de geest verheven
Op bezoek in het Zwitserse buitenverblijf van Willem Mengelberg
(Dit artikel verscheen op 24 december 1998 in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad)
In Chasa Mengelberg in de Zwitserse bergen waren familie en vrienden van dirigent Willem Mengelberg altijd welkom. Het ging er gemoedelijk toe. De strenge Mengelberg heette er 'Onkel Hausfrau', prins Hendrik 'KoHo'. Alles staat er nog, intact en op zijn plaats.
Door Kasper Jansen
Een lier staat bovenop het dak van Chasa Mengelberg, het vakantiehuis dat dirigent Willem Mengelberg voor zichzelf liet bouwen in de Zwitserse bergen. In Engadin - het zuidoostelijke deel van Zwitserland tussen Oostenrijk en Italie - heet een chalet een 'chasa'. Lieren sieren ook de afdakjes boven het ruime balkonterras, dat de Chasa omgeeft. Al zijn de lieren van hout, ze zijn replica's van de vergulde lier die prijkt op het dak van het Amsterdamse Concertgebouw, waar Mengelberg bijna een halve eeuw als een generaal heerste over het Concertgebouworkest.
De kinderloze Mengelberg zei altijd: “Het orkest is mijn zoon, de Chasa is mijn dochter.' De lieren werden pas in 1936 aangebracht, maar Chasa Mengelberg was al sinds 1912 het Concertgebouw op zijn Zwitsers. In zijn vakanties - 's zomers en 's winters - verzamelde Willem Mengelberg hier zijn Amsterdamse vrienden en kennissen om zich heen - slaapkamers genoeg in het ruime huis met drie verdiepingen boven souterrain en kelder. Ook logeerden er bekenden uit de muziekwereld - Richard Strauss, Pierre Monteux, Fritz Kreisler, Steinway, de zangeressen Ilona Durigo en Aaltje Noordewier-Reddingius. Minister Van Karnebeek en jonkheer Roell kwamen naar de Chasa en twee keer was er zelfs hoog bezoek: prins Hendrik.
Ondanks de moeizame reis - per trein naar Scuol en dan vele kilometers per postwagen over bergweggetjes - betekende Chasa Mengelberg voor de gasten onbezorgd vakantieplezier bij de allerberoemdste Nederlander na koningin Wilhelmina. De autoritaire dirigent, die musici tot in New York zijn gezag liet voelen, was hier op zijn beminnelijkst. Men schikte zich vanzelfsprekend in Mengelbergs dagindeling van vroeg opstaan (tussen zes en zeven) en vroeg naar bed (tussen negen en tien).
Onder een hoorn - fortissimo te gebruiken bij brandalarm - hangt in de slaapkamers nog altijd de Hausordnung: 'Vor allem: Ruhe! Stille!!' En: 'Wer sich an obige Regeln nicht halten will, wird hinaus komplimentiert.'
Er was in de Chasa eten en drinken in overvloed. In de kelder lag een forse voorraad wijn. De inventarisatie van 1937 telde 3220 flessen. Omvangrijke aankopen uit Frankrijk, Duitsland en Italie hielden de consumptie bij. De Italiaanse schuimwijn Asti Spumante was hier populair. De gastheer beschikte over zijn eigen Mengelbergsigaren, die hij betrok van Hajenius op het Rokin. Met hulp van enkele boerenmeisjes bestierde Mengelberg zelf het huishouden - ook voor echtgenote Tilly Mengelberg was het in de Chasa vakantie.
Met de vaste gasten vergroeide Mengelberg tot een hechte familie van 'ooms' en 'tantes' die met elkaar verkeerden in een gemoedelijke sfeer van halve zelfspot. Elly Bysterus Heemskerk, sinds 1914 het eerste Amsterdamse vrouwelijke orkestlid, was 'Tante Elly'. Mevrouw Mengelberg was 'Tante Madame'. Mengelbergs zuster Monica - de diva van de familie - heette hier 'Tante Mootje'. Mengelberg zelf was 'Onkel Hausfrau', afgekort tot OH of Oha. Koninklijke Hoogheid Prins Hendrik heette KoHo.

Prins Hendrik (Onkel KoHo) op het terras van de Chasa
Chasa Mengelberg werd ook Mengelbergs sterfhuis. Hij overleed er op 22 maart 1951 in ballingschap - in Nederland mocht hij na 1945 wegens zijn Duitse gezindheid in de oorlog niet meer dirigeren. Mengelberg liet de Chasa na aan de 'Musiker aller Welt', die er als betalende bezoekers hun vakantie kunnen doorbrengen. Nog steeds wordt 's zomers in de Chasa gelogeerd door musici, leden van het Concertgebouworkest en door Mengelberg-bewonderaars.
Grootmoeder
Toen ik de afgelopen zomer een weekje doorbracht in de Chasa, waren er ook
enkele leden van de familie Mengelberg: Elisabeth Mengelberg en haar zoon
Rudolf. Elisabeth is de weduwe van de zoon van Rudolf Mengelberg, een verre
achterneef van de dirigent die directeur was van het Concertgebouw. Het was de
oude Rudolf Mengelberg die de dirigent voor het eerst betitelde als 'Onkel Hausfrau'. Ook Wim Straesser, cellist van het Concertgebouworkest logeerde er.
Zijn grootmoeder was Helena Mengelberg, een jongere zuster van Willem
Mengelberg. Zo was voor het eerst sinds jaren de Chasa deze zomer weer met recht
'Chasa Mengelberg'. De Chasa ligt afgelegen halverwege een doodlopend en vrijwel
onbewoond dal achter het dorpje Vna. Het is eigenlijk niet de bedoeling dat hier
auto's komen.
Alleen als men in de laatste herberg een fikse tol betaalt, mag men stapvoets verder rijden over een smalle bochtige weg langs ravijnen. Na een paar kilometer ligt daar Hof Zuort, een boerderij waar men eten en drinken serveert aan wandelaars. Daarachter is Chasa Mengelberg, adembenemend gelegen. Bergen rondom, tientallen kilometers ver kijkt men het dal in. Het herinnerde Mengelberg aan een regel uit het tweede deel van Goethe's Faust: “Hier ist die Aussicht frei, der Geist erhoben.' Mengelberg vond deze plek in 1911. Hij was toen in het naburige Val Sinestra op bezoek bij zijn voormalige 'pleegmoeder', bij wie hij voor zijn benoeming in Amsterdam in 1895 had gewoond in Luzern. Daar was Mengelberg op 21-jarige leeftijd benoemd als stedelijk muziekdirecteur, organist en koordirigent. Bouw inrichting en verfraaiing van de Chasa werden voor Mengelberg een levenswerk, waaraan hij bijna veertig jaar besteedde.
Het ontwerp van huis en decoratie - een combinatie van traditionalisme en functionalisme - waren van hemzelf. Mengelberg trad daarmee in de voetsporen van zijn vader Friedrich Wilhelm Mengelberg. Die was beeldhouwer en schilder van kerkelijke kunst - hij maakte naar eigen ontwerp twee bronzen deuren van de Dom in Keulen. Bij zijn woonhuis aan de Utrechtse Maliebaan had hij een atelier waar hij samen met zijn personeel de inrichting van vele neogotische kerken in ons land vervaardigde. De Mengelbergs waren goed katholiek - Willem had vijftien broers en zusters, van wie twee jong overleden. Al heeft de Chasa een typisch Zwitsers uiterlijk, daarbinnen bouwde Mengelberg zijn eigen romantische jongensdroom. Achter de voordeur is de hal een kleine ridderzaal, ingericht met een schouw, een harnas en gekruiste lansen. Daaromheen liggen de keuken, twee muziekkamers (elk met een piano), een eetzaal, een salon en een bibliotheek. Alles is van hout de wanden, kasten en plafonds zijn rijkelijk gedecoreerd. Overal staan antieke meubelen. Tin en porselein, schilderijen en geweien completeren de inrichting. Voor een van de glas-in-loodramen hangt een medaillon met een glasschildering van het ouderlijk huis in Utrecht.
Een eindje achter de Chasa bouwde Mengelberg in 1920 nog een houten kapel, uit dankbaarheid dat Nederland en Zwitserland buiten de Eerste Wereldoorlog waren gebleven. Mengelberg richtte de kapel in met allerlei kunst- en antiek-aankopen die hij deed op zijn buitenlandse tournees. De kapel lijkt vooral een hommage aan zijn vader, die een jaar tevoren was overleden, en als kerkinrichter bekend stond om zijn wat overdadige stijl. Inmiddels zijn de grootste kostbaarheden opgeborgen in een kluis in Luzern, maar in de kapel is nog genoeg over. Boven het altaar hangt een groot Italiaans schilderij van omstreeks 1500. Op het dak staat een carillon met zestien klokken, waarop Mengelberg zelf graag speelde.
Stille liefde
De inrichting van de Chasa is nog vrijwel dezelfde als op Mengelbergs sterfdag.
Daarop werd nauwlettend toegezien door Elly Bysterus Heemskerk, die aanwezig was
toen de dirigent overleed.
woonkamer
Tante Elly - ze moet ook na zijn dood nog een stille heimelijke liefde voor Mengelberg hebben gekoesterd - beheerde de Chasa van 1951 tot en met 1983. Pas op haar 93ste gaf ze het op. Ze zette met devote toewijding de stijl van Mengelbergs huishouding voort alsof de dirigent nog leefde en elk moment zelf kon binnenkomen. Ook de huidige beheerder, oud-hoornist Adriaan van Woudenberg van het Concertgebouworkest, voelt de ogen van Tante Elly nog op zich gericht. Net als Tante Elly speelt Van Woudenberg dagelijks melodietjes op het carillon, zoals het trio uit de Vijfde symfonie van Schubert. Soms klinkt ook het Wilhelmus. Van een afstand is de kapel niet meer dan een speeldoosje temidden van de hoge bergen. Maar de heldere klanken dragen vele kilometers ver, zo weet men van wandelaars. Deze zomer bleek na een koude regennacht de neerslag op iets grotere hoogte te zijn gevallen in de vorm van sneeuw.

Elly Bysterus Heemskerk met Cornelis Dopper (gouache van J.W.
Sluiter, 1930)
Tot de zon rond een uur of elf alles weer deed smelten, leken de Chasa en de kapel met het carillon, een verstilde kerstkaart. Van Woudenberg is zeer vertrouwd met Chasa Mengelberg, waar hij sinds 1951 elke zomer heeft gelogeerd. In 1943 werd hij - 17 jaar oud - als hoornist aangenomen door Rudolf Mengelberg en hij speelde nog een twintigtal concerten onder Willem Mengelberg. “Vanaf mijn twaalfde hoorde ik Mengelberg als concertbezoeker, Mengelberg was zo vanzelfsprekend dat ik destijds niet besefte hoe historisch het zou zijn, dat ik nog onder hem heb gespeeld.'
Na het overlijden van zijn echtgenote wordt Van Woudenberg nu in de zorg voor de gasten bijgestaan door zijn dochter Joke. Zij regeert in de keuken en voor de gasten is het verboden die te betreden. Daar kookt ze en ze bedient de gasten aan tafel, waar Van Woudenberg presideert. Ouderwetse hoffelijkheid en vanzelfsprekend toegepaste etiquette bepalen de sfeer. Van Woudenberg en de Mengelbergs koesteren een stroom van herinneringen aan het strenge regime van Tante Elly. In de eetkamer staat ze op een foto, blazend op een hoorn. Overal hangen nog haar vliegenmeppers. De jonge Rudolf mocht vroeger pas aan tafel komen als hij honderd keer had raak geslagen. 's Avonds, zo herinnert men zich met geamuseerd afgrijzen, moest men luisteren naar Mengelbergopnamen.
Omdat er toen nog geen electriciteit was, draaide Tante Elly cassettebandjes op een krakend recordertje. Nu luisteren we 's avonds via de cd naar Mengelberg-opnamen, zoals Dvoraks Nieuwe Wereld-symfonie en Mahlers Lieder eines fahrenden Gesellen, gezongen door Herman Schey. Mengelberg dwingt nog altijd grote bewondering af, al verwondert men zich over de totale adoratie die hem ten deel viel. Het gebeurde dat hij bij terugkomst van buitenlandse concerten op het Amsterdamse Centraal Station werd opgehaald door een groep bewonderaars, die hem in triomf begeleidde naar zijn huis in de Van Eeghenstraat.
Bodemloos vat
In Mengelbergs tijd was stromend water in de Chasa de enige luxe, de aanleg van
de waterleiding kostte een vermogen. Mengelbergs bankier noemde de Chasa 'een
bodemloos vat'. Sanitair en comfort zijn in de jaren '80 aan de huidige eisen
aangepast. De renovatie en het nauwgezette onderhoud werden mogelijk door de
destijds omstreden verkoop door de Mengelbergstichting van de partituur van
Mahlers Tweede symfonie aan de New-Yorkse miljonair en amateurdirigent Gilbert
Kaplan. Daarmee kwam een eind aan de spartaanse omstandigheden in de Chasa en
het gevaarlijke gebruik van petroleumlampen.
Alles in de Chasa is nog intact en op zijn plaats. Er hangt een foto van paus Pius XII met een opdracht (1941) aan 'Unser geliebten Sohn Willem Mengelberg'. De paus prees hem om zijn streven 'om met zijn kunst God te loven'. Overal, achter deurtjes en in dressoirs mag men kijken. In laden liggen Mengelbergs spulletjes - beeldjes, vaasjes de talloze zonnebrillen van Tilly Mengelberg, een fototoestel. Een doos met honderden sigarenbandjes, elk met een minuscuul fotootje van Mengelberg. Fotoboeken. Kiekjes waarop men de dirigent in ondergoed ziet poedelen in zijn afgeschermde 'Luftbad', achter de kapel.
Er liggen ook allerlei wijnschriften en -boeken en een kaartenbak met inventarisaties van de voorraad, ingeplakte etiketten, beoordelingen. Onkel Hausfrau was ook de Kellermeister. Het omslag van de Weinkarte uit 1933 werd getekend door Hans de Jong: we zien koning Willem op zijn troon met naast hem een lakei. Een lange rij wijnflessen paradeert voorbij. Alle wijn werd nauwgezet bijgehouden, er zijn nog rekeningen van aankopen.'Nur fur den Gebrauch von Onkel Hausfrau'. 'No 3922 feinste Beerenauslese, getrunken 30 aug. '34 duch O.H.' In 1937 was er een voorraad van 29 flessen champagne Cordon Rouge, Roederer en Moet et Chandon uit 1904 en 1906. Een fles Steinwein uit 1867. De wijnkelder blijkt in wat slordige staat - een gevolg van de verbouwingen voor de centrale verwarming. Er liggen nog enige honderden flessen.
Eerst de voorlaatste dag van het verblijf lijkt gepast voor een bezoek aan de bovenverdieping van de Chasa, met Mengelbergs hoogstpersoonlijke appartement met eigen badkamer en een terrasje op het dak (mevrouw Mengelberg sliep een verdieping lager). Er is een bedstee met daarin een Christusbeeld en een hoorn, geflankeerd door gedraaide zuilen, een zitbank met draperie, een huisaltaar met een monstrans. Op een bureau ligt ook de 'Cabinets-Ordre', een inmiddels bijna onleesbaar handbeschreven perkamentachtig papier. “Het is in de Chasa streng verboden filosofische werken te lezen.' Onderaan een lint met een rood lakzegel. Het is de Grondwet van de Chasa, op 28 augustus 1920 ondertekend door Willem Imperator Rex. Dat was een titel die hem was toegekend in een boek ter gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum in Amsterdam.
'Cabinets - Ordre' ondertekend met 'Willem, Imperator Rex'
Eenzaam
Het jaar 1920 was Mengelbergs triomfjaar - hij dirigeerde alle concerten van het
Mahler Feest, hij werd gehuldigd met een zevendelig gedenkboek waaraan de
koninklijke familie, schilders, schrijvers, dichters en componisten uit allerlei
landen bijdroegen. Datzelfde jaar voelde hij zich, na de aankoop van Hof Zuort
en een flink deel van de berghelling, een grootgrondbezitter, heer en meester
over zijn Chasa-imperium. Onder het Willem Imperator Rex staat tussen haakjes
zijn alter ego 'Onkel Hausfrau'. In deze kamer stierf ook Willem Mengelberg nog
steeds niets begrijpend van het hem opgelegde dirigeerverbod en het intrekken
van de koninklijke onderscheidingen. Hij had zich toch voor de joodse
orkestleden ingezet, zolang ze nog niet ontslagen moesten worden? Ook anderen
hadden toch in de oorlog in Duitsland opgetreden? “Als ik iets gedaan had, zou
ik het begrijpen, maar ik heb me toch nergens mee bemoeid?' Geen andere
Nederlander was in de publieke achting zo hoog gestegen en zo diep gevallen.
Vanaf 1945 was Mengelberg een eenzame gevangene in zijn Chasa. Zijn Nederlandse
paspoort was ingenomen, zodat hij Zwitserland niet uitkon. Hij werd verzorgd
door een Zwitserse verpleegster, Marianne Gunther, 'Tante Marianne', met wie
Tante Elly in rivaliteit verkeerde. Slechts enkele getrouwen zochten hem op,
onder wie dirigent Willem van Otterloo.
Mengelberg las in de dikke delen die Bottenheim schreef over de geschiedenis van het Concertgebouw en het orkest. Over de premiere van Strauss' Ein Heldenleben, aan hem en zijn orkest opgedragen. “Dit dirigeerde ik - O.H.'Over de concerten die hij in 1898 dirigeerde bij de inhuldiging van Koningin Wilhelmina. Niet in elke zin staat dat Mengelberg dirigeerde. In de kantlijn schreef hij “onder leiding van O.H. Waarom zegt hij dat niet?' Even verderop: “Onder dirigent O.H.? Ja!. O.H. dirigeerde.' Tante Elly was erbij toen Mengelberg overleed. Hij werd opgebaard in de kapel, en vervolgens door de sneeuw vandaar naar Luzern gebracht om te worden begraven naast de eerder overleden Tilly. Die dag, 28 maart 1951, zou zijn 80ste verjaardag zijn geweest. Kort daarop zou een eind zijn gekomen aan het dirigeerverbod.
© Kasper Jansen, NRC-Handelsblad
